toeval

januari 27, 2009 door zbrllwp

‘Toeval bestaat niet’,  zei ik tegen de vrouw die naast me zat aan de bar.
‘Goh’, antwoordde ze verveeld, ‘die one-liner gebruikte je tien jaar geleden ook al om een gesprek te beginnen, weet je niets anders?’.
Ik keek haar aan en herkende een ex-vriendin.
‘Dat is toevallig’, zei ik.

Christian of Butch?

november 8, 2008 door zbrllwp

Christian was een leeuw die werd geboren in een kleine engelse dierentuin.
Deze had hem te koop aangeboden en twee mannen besloten hem te adopteren.
Ze kregen de dominee zo gek dat hij toestond dat ze hem op het terrein van de kerk uitlieten zodat hij zijn lichaamsbeweging kreeg.
Maar Christian werd toch al snel te groot voor de flat waarin ze leefden en ze namen het besluit om Christian naar Afrika te brengen zodat hij daar in het wild kon leven.

Dat was een onzeker besluit. Zou deze ‘tamme’ leeuw nog in staat zijn om te overleven?

De ouders van Christian waren Butch en Mary. Zij leefden in de kleine engelse dierentuin.
In een kooi, maar wel zeker van een dak boven hun hoofd, elke dag eten en goede medische verzorging.

De vraag die je kunt stellen is wie er beter af was?
Christian, die een onzeker lever tegemoet ging vol gevaren, maar wel in vrijheid?
Of Butch, die weliswaar gekooid was, maar zeker wist dat hij daar oud zou worden en geen honger zou hebben.

En wat wil jij?
Een gekooid leven met zekerheid of toch liever een onzeker leven in vrijheid?

Goede nacht, vrienden

oktober 31, 2008 door zbrllwp

Er zijn zelfs in deze tijd dingen die niet verdwijnen.
‘Met het oog op morgen’ is zoiets. Dat programma blijft maar bestaan en iedereen kent het door de begintune van Reinhard Mey.
Zijn nummer ‘Gute nacht freunde’ luistert al die tijd het programma op.
Een tijdje terug hoorde ik op de radio dat deze duitse tune eenvoudig weg niet in het nederlands was te vertalen.

Hoezo niet?

Om het programma ‘af’ te maken, hier een nederlandse tekst die de duitse tekst kan vervangen:

Goede nacht vrienden
Het wordt tijd om weer te gaan
Ik rook een laatste sigaret
een glas wijn en dan naar bed
een laatste woord onder de maan

En dat moet dan natuurlijk gezongen worden door Herman van Veen.

Maar het oorspronkelijke nummer is natuurlijk ook prachtig, in al zijn eenvoud:

Het nummer werd in 1972 door Reinhard Mey Alfons Yondrascheck geschreven voor “Inga en Wolf” die met dit nummer in dat jaar deel namen aan de duitse voorrondes voor het eurovisie songfestival. Ze werden vierde. Het nummer werd in Duitsland wel een kleine hit.
De componist,  Alfons Yondrascheck Reinhard Mey, probeerde vervolgens in 1974 dat nog eens dunnetjes over te doen. In Duitsland bleef het succes uit, maar in Nederland sloeg het wel aan. Het stond zeven weken in de hitparade en bereikte een veertiende plaats.
In 1976 werd het de tune van ‘met het oog op morgen’.

Voor degene die het ‘echte’ en ‘oorspronkelijke’ nummer van Inga en Wolf willen horen:

drankje voor de maag

oktober 18, 2008 door zbrllwp

Weer eens een stoppoging gedaan wat betreft roken.
Ditmaal met nicotinekauwgom.
De gebruiksaanwijzing had ik uiteraard niet gelezen en ik kauwde er die maandagochtend lustig op los, gebogen over mijn dossiers.
Misschien had ik de gebruiksaanwijzing toch moeten lezen! Ik kreeg de hik en een vervelend opgeblazen gevoel in mijn maag dat een beetje doortrok achter het borstbeen en zelfs doortrok naar mijn kaken. Ik ging even liggen, maar daar ging het niet mee weg. Vervelend, die maagklachten. Ik besloot de huisarts te bellen om te vragen of hij daar misschien een drankje voor had.

De huisarts vroeg wat er aan de hand was en ik vertelde hem mijn klachten. Ik vertelde dus ook dat het een beetje doortrok achter het borstbeen. Dat had ik niet moeten doen.
‘Zullen we dan maar een ECG laten maken?’, vroeg de huisarts.
Ik antwoordde dat dit niet nodig was. Het kwam van de maag.
‘Hoe weet je dat zo zeker?’, antwoordde de huisarts scherp.
Ik kon hem niet vermurwen. Hij wilde per se een ECG. Ik stuur iemand langs, zei hij. Toch netjes, zo’n service.

Vijf minuten later hoorde ik de tonen van een ambulance en draaide er een motorambulance de straat in.
Inmiddels had ik een fijne boer gelaten waarop dat vervelende gevoel verdwenen was.

Ik moest van de motorambulancebroeder gaan liggen en professioneel sloot hij een ECG aan. Ik zag het wat geamuseerd aan. Daaruit zou dan blijken dat alles goed was en dan gingen we weer over tot de orde van de dag.
Het ECG bleek prima te zijn. De motorambulancebroeder keek echter peinzend naar zijn laptopje en zei:
‘Het zijn natuurlijk wel klachten op de borst…”
- ‘Komt van de maag’, antwoordde ik. ‘Niets aan de hand. De klachten zijn al weer over.’
‘Toch zou ik het fijn vinden als je in het ziekenhuis ook nog even een ECG liet maken’, antwoordde hij, ‘gewoon voor de zekerheid.’
- ‘Dat is echt niet nodig’, probeerde ik, maar de motorambulancebroeder drong aan. Nou ja, misschien had hij niet zo lang geleden wel een missertje gemaakt op dit gebied en was hij nu extra voorzichtig.
- ‘Vooruit dan maar’, verzuchtte ik, ‘ik rijd wel even naar het ziekenhuis.’
‘Dat doe je niet’, antwoordde de motorambulancebroeder. ‘Stel je voor dat je achter het stuur weer niet goed wordt. Je kunt jezelf of een ander dan wel doodrijden.’

Vijf minuten later hoorde ik bekende tonen en draaide een ambulance de straat in die naast de motorambulance parkeerde. Het was herfstvakantie en alle kinderen uit de straat stonden om de ambulances. Moeders verschenen in de deuropening.

Inmiddels had ik van de motorambulancebroeder al een infuus gehad en daarmee wandelde ik naar de ambulance toe om in te stappen. Maar ik werd tegengehouden.
‘U mag zelf niet lopen’, zei de ambulancebroeder. ‘Ik mankeer niets’, protesteerde ik, maar ik moest in mijn voortuin plaats nemen op de brancard. Door een haag van buurtkinderen werd ik de ambulance in gereden.
Nou ja, even een ECG laten maken in het ziekenhuis, waarschijnlijk nog wat bloed prikken en dan weer naar huis. Met een taxi dan maar.

In het ziekenhuis werd ik direct naar een kamer gereden en aangesloten op de hartbewaking.
Er werd een ECG gemaakt en bloed geprikt.
Een arts-asistente meldde zich om de anamnese af te nemen. Ik vertelde haar van de nicotinekauwgom.
‘Ah, u rookt’, noteerde ze, ‘dat is een risicofactor.’
Ze vroeg wat ik aan het doen was. Ik antwoordde dat ik net boven een dossier zat. ‘Het was wel een lastig dossier’, moest ik weer zo nodig grappen. ‘Gebeurde tijdens stress door werk’, stond er later in de brief naar de huisarts.
Ik probeerde het een en ander nog te bagatelliseren. Ik vertelde dat ik een paar dagen daarvoor nog had gebadmintond. Weliswaar op recreantenniveau, maar voor mij toch heel intensief. Daarna had ik last van al mijn spieren gehad, behalve van mijn hartspier. Mijn pleidooi ontkoppelde me echter niet van de monitor.

Het ECG was weer prima en ook mijn bloed was helemaal goed.
Ik hoorde dat tevreden aan.
‘Nou, gelukkig maar’, antwoordde ik, ’dan ga ik maar weer snel, want ik heb nu al een achterstand in mijn werk.’
- ‘Geen sprake van’, antwoordde de arts-assistente. ‘Het is mogelijk dat er later nog enzymen in het bloed komen. We prikken daarom over acht uur nog een keertje bloed.’
‘Maar dan moet ik dus tot tien uur vanavond blijven’, reageerde ik verbijsterd. ‘Daar heb ik echt geen zin in’.
Ik mocht echter niet weg, dat zou absoluut onverstandig zijn! Het waren toch wel typische klachten, meneer!
Ik besloot om me te schikken in mijn lot. Ik had het circus immers zelf in gang gezet. Toch wel trek in een sigaretje. De kauwgom zat in mijn broekzak, maar die durfde ik niet meer te gebruiken.
Ik belde mijn achterban en liet me een goed boek bezorgen om de dag toch een beetje aangenaam door te brengen.

Na acht lange uren wachten werd er eindelijk weer bloed geprikt.
‘Is de uitslag er snel?’, vroeg ik, ‘want het is inmiddels al laat en ik wil zo snel mogelijk naar huis’.
De prikzuster keek mij verbaasd aan. ‘Naar huis?’, herhaalde ze. ‘U gaat helemaal niet naar huis. U blijft hier slapen. Hebben ze u dat niet verteld? Er is nu geen cardioloog meer in huis om de uitslagen te beoordelen. En u moet ook nog een fietstest doen en dat kan vanavond ook niet meer.’
Een gedempte kreet smoorde zich in mijn kussen. Protesteren had geen zin. De prikzuster was weer weggelopen en ik staarde onthutst een lege gang in. Mokkend besloot ik dan maar een slaappoging te doen.

De volgende ochtend kreeg ik de opgewekte mededeling dat ook het tweede bloedonderzoek prima was.
‘Heel fijn’, antwoordde ik met een donderwolkje boven mijn hoofd. ‘Laten we dan maar even snel die fietstest doen en dan ben ik weg.’
- ‘We proberen om u er tussen te krijgen’, antwoordde de zuster, ‘maar het zal wel het begin van de middag worden.’
Ik protesteerde niet eens meer. Tegen het lot moet je niet vechten.

Om elf uur kwam dan toch de zuster weer met mijn patiëntendossier.
‘De fietstest is aan de andere kant van het ziekenhuis’, zei ze, ‘ik breng u even.’ Ze had een rolstoel bij zich.
- ‘Ik kan wel lopen’, probeerde ik de regie van mijn leven weer over te nemen, maar de zuster was resoluut.
‘Eerst moet de uitslag van de fietstest goed zijn en dan mag u weer lopen.’
In een rolstoel werd ik het ziekenhuis doorgereden.

De fietstest ging boven verwachting goed. Alleen kon de conditie wel wat beter, werd mij ingepeperd.
Ik stond op en moest weer in mijn rolstoel gaan zitten. ‘Ik mocht toch weer lopen als het goed was?’, probeerde ik nog tegen beter weten in.
‘Eerst moet de cardioloog de uitslag beoordelen’.
Ik werd in mijn rolstoel weer teruggereden en aangesloten op de hartmonitor.

De cardioloog was natuurlijk net uitgebreid lunchen, maar daarna kwam dan toch eindelijk de arts-assistente met het verheugende nieuws: ‘U mag naar huis. Alles is prima. Uw hart is helemaal in orde. Het waren waarschijnlijk wat slokdarmkrampjes door de nicotinekauwgom. U krijgt een drankje mee voor als u weer last krijgt.’
Kijk aan, was het toch niet allemaal voor niets geweest. Had dit gedoe me toch een ritje naar de apotheek bespaard.
De zuster trok de electroden van mijn borst, de haren venijnig meenemend en ik mocht eindelijk gaan.
Buiten stak ik een sigaretje op. Dat mocht ik van mezelf, want mijn hart was immers goed.

Uit de kast…

oktober 4, 2008 door zbrllwp

Een vriend van me is een fervent EHBO-er. Hij vertelde me laatst hoe hij moeite had om een junk, die van de trap van Hoog Catharijne gevallen was, te helpen. Er was nogal wat bloed en tja, je weet maar nooit.
We spraken daarover en kwamen op de ziektes die je kunt oplopen. AIDS natuurlijk, en Hepatitis. Maar ja, hoe kun je dat voorkomen. Je helpt natuurlijk toch en die ziektes komen niet alleen voor bij junks, maar zelfs bij de braafste huisvaders (nou ja, zo braaf zijn die braafste huisvaders dan natuurlijk niet).
Tegen AIDS kun je weinig doen, maar tegen hepatitis kun je je laten vaccineren. En toevallig wist ik dat de GGD in het kader van een landelijke campagne gratis vaccineert. Omdat ik ook een EHBO-diploma heb, besloot ik om mij gratis te laten vaccineren.

Ik belde naar de GGD.
‘Goedenmorgen, ik wil mij graag laten vaccineren tegen hepatitis-B. Ik heb gelezen dat dat gratis kan.’
- ‘Ik verbind u door’.

‘Goedenmorgen, met Anja, wat kan ik voor u doen?’
- ‘Ik wil me graag gratis laten vaccineren tegen hepatitis-B’.
‘Dat kan, waarom wilt u dat graag?’
- ‘Nou, ik ben EHBO’er en ben bang dat ik eventueel besmet kan raken wanneer ik iemand help’.
‘O, dan geef ik u even een ander telefoonnummer.’
- ‘Waarom, ik kan me toch bij u aanmelden?’
‘Nou, niet precies. U belt nu het nummer voor de gratis vaccinatie. Dat is voor risicogroepen, bisexuele en homosexuele mannen en druggebruikers. Maar u kunt zich natuurlijk ook laten vaccineren. Dat gaat alleen via een ander telefoonnummer.’
- ‘Ho ho, u zegt dat dit het nummer voor de gratis vaccinatie is. Is dat andere nummer dan voor een betaalde vaccinatie?’
‘Ja, zoals ik zei. De gratis vaccinatie is voor risicogroepen.’

Nu ben ik soms een snelle denker! Dit ging verkeerd, dat bedacht ik me meteen. Nu moest ik gaan betalen om die junk te kunnen helpen. Misschien dat dat niet nodig was omdat die junk zich gratis had laten vaccineren, maar toch…
- ‘Ik behoor ook tot een risicogroep’, zei ik.
‘Nee’, antwoordde Anja triomfantelijk, ‘U zei net dat u zich wilde vaccineren omdat u EHBO’er bent en dus behoort u niet tot een risicogroep.’
- ‘U vergist zich’, zei ik, ‘ik zei dat wel, maar eigenlijk is dat omdat ik er niet voor uit durf te komen. Maar ik ben dus homosexueel.’

Het was even stil aan de andere kant. Bladerde Anja haar instructies door? En zeiden die instructies dat je, als iemand het toverwoord ‘homosexueel’ noemde hem direct moest accepteren? Ik weet het niet, maar ze zei: ‘Dan kunt u dinsdag om half tien komen voor de vaccinatie.’

We waren wat lacherig geweest. Als er iets op de grond valt niet bukken, had een vriend geadviseerd.
Misschien leer je een leuk iemand kennen, opperde een ander.
In ieder geval meldde ik me wat onwennig die dinsdagochtend aan de balie van de GGD. Mijn werkgever gebeld dat ik een uurtje later zou komen omdat ik naar de huisarts moest. Niet voor iets ernstigs, hoor, had ik er geruststellend aan toegevoegd.
‘Ik kom voor de gratis vaccinatie’, fluisterde ik.
- ‘Gaat u maar zitten, u wordt zo geholpen’, zei de dame van de receptie. Ze wees me naar een vrijwel lege wachtkamer, waar één andere man zat te wachten.
Ik nam plaats aan de overkant. Beetje kinderachtig. Alsof homosexuelen je verkrachten als je naast ze gaat zitten. Het zijn toch ook vaak keurige mensen. Ik begroette hem vriendelijk, maar hij reageerde niet.
Dat zette toch wel weer wat kwaad bloed. Was ik soms geen aantrekkelijke man? Hij was trouwens ook niet het type man waar ik op zou vallen als ik op mannen zou vallen. Zo leuk was hij helemaal niet.
Ik pakte een tijdschrift. Het was de Libelle. Nou ja, dat paste dan weer wel hier, vooroordeelde ik in alle hevigheid.

We zaten met zijn tweetjes in die wachtkamer. De stilte werd wat beklemmend. Die rotnicht keek me soms wat taxerend aan om dan verder te bladeren in zijn tijdschrift. Die ging over motoren. Kennelijk was hij een mannetje. Uit voorzorg legde ik mijn Libelle weer weg.

Het werd kwart voor tien. Het werd tien uur. Om tien over tien werd het me toch te gortig. Ik liep naar de dame van de receptie.
‘Kunt u me zeggen hoe lang het gaat duren’, vroeg ik.
De dame pakte de telefoon en begon te bellen. Ze werd een aantal malen doorverbonden, maar zonder resultaat.
- ‘Ik kan niemand bereiken’, zei ze.
‘Ja maar ik moet naar mijn werk’, zei ik. ‘Ik wil toch wel graag gevaccineerd worden.’
- Ik kan u echt niet zeggen hoe lang het nog gaat duren’, antwoordde ze, ‘de mensen die er over gaan nemen de telefoon niet op’.
‘Nou, dan ga ik maar weer’, zei ik bestraffend. Als er een hepatitis epidemie zou ontstaan dan was dit toch mooi wel de schuld van de laxe houding van de GGD.
De dame van de receptie antwoordde niet. Ik liep dus maar naar de uitgang.
Onderweg keek ik nog even om.

‘Relnicht’, las ik in haar ogen.

lucky fonz III, life is short

mei 29, 2008 door zbrllwp

www.luckyfonziii.com

RSI

mei 18, 2008 door zbrllwp

Op het bedrijf waar ik gedetacheerd was, hebben ze computers met anti-RSI-software.
Op het eerste gezicht heel goed, maar in tweede instantie toch wel vervelend toen ik na twintig minuten werken de opdracht kreeg om een micropauze te houden. Onverbiddelijk weigerden de toetsen dienst. Ik kon het bericht wel wegklikken om mijn zin af te maken, maar na twintig seconden verscheen de boodschap weer opnieuw in beeld. Fanatiek als ik ben heb ik een tijdje de boodschap zitten wegklikken, maar uiteindelijk kreeg ik daarvan last van pols en schouder. Dat kon toch niet de bedoeling zijn. Ik gaf het op. In de micropauze kon ik mooi even een sigaretje gaan roken.
Drie kwartier later plopte er een scherm op dat mij de opdracht gaf om oefeningen te doen. Ik moest met mijn nek draaien, met mijn armen zwaaien en de rug een aantal malen strekken. Ik probeerde dat te negeren, maar de computer tolereerde dat niet. Het scherm kwam resoluut terug na wegklikken. Ik raffelde vervolgens de oefeningen af, want ongetwijfeld was er een verborgen camera die mij registreerde als bewijsmateriaal tegen mijn latere claim op een beroepsziekte. Ook het afraffelen had geen zin. Het schermpje verdween pas na enkele storende minuten.
Een half uur later plopte er weer een micropauze op. En zo ging het maar door. Berichtje dat ik koffiepauze moest houden, micropauze, oefeningen, lunchpauze, micropauze, theepauze, oefeningen, micropauze. Van werken kwam haast niets. Mijn project dreigde helemaal te mislukken. Heel ergerlijk.
Vanmorgen ben ik bij mijn huisarts geweest. Volgens hem heb ik een stress-gerelateerde hoge bloeddruk. Verder ben ik wat kortademig door het roken in al die pauzes. Jammer, want ik was net zo lekker aan het minderen. Maar ik moet zeggen, van mijn armen heb ik totaal geen last!

Smurfen

mei 18, 2008 door zbrllwp

Tijdje weg geweest. Druk, druk, druk.
En in die tussentijd is er van alles gebeurd.
Fitna, de film van Geert Wilders kwam uit. Gelukkig maar, want nu is het in mijn glas water weer stil.
De wereld maakte zich even druk over Tibet. Dat had men natuurlijk al veel eerder kunnen doen. Zo bleef de hele wereld stil toen Tibet niet mee mocht doen aan de olympische spelen. Toen dachten onze ‘leiders’ nog dat de deksel op de doofpot zou blijven zitten. Nou ja, ook deze storm is weer geluwd. Het is niet in ‘ons’ belang, tenslotte is China een economische grootmacht geworden waar we graag een graantje van meepikken, en dus zit de deksel weer stevig op de doofpot.
De zinloze missie in Afghanistan heeft, zoals te verwachten, weer wat doden gekost. Ze zijn met militaire eer begraven. Zand erover.
De meest belangwekkende gebeurtenis was toch wel de invasie van smurfen. Dertig miljoen smurfen werden er over ons heen gestort. Er zijn meer smurfen in dit land dan nederlanders.
Dat kwam omdat de verkoopsmurf van Albert Heijn een leuk idee had dat door zijn grote smurf werd gehonoreerd. De maaksmurf mocht miljoenen smurfjes produceren die wij om één of andere reden fanatiek probeerden te bemachtigen. Ja, ik ook, in opdracht van de kleine smurfjes hier.
Helaas was de maaksmurf ook een beetje luie smurf zodat de kutsmurf smurfin als snel haar hoofd verloor, net als Gargamel trouwens, en de arme trompetsmurf zijn arm kwijtraakte. En zo zat ik met éénsecondelijm als knutselsmurf de boel weer te herstellen.
Inmiddels is ook deze rage geluwd en is onze verzameling (die we compleet hadden!) inmiddels weer uitgedund. Over een paar jaar vinden we babysmurf wel weer terug tussen de kussens van de bank en lolsmurf zal ooit wel uit de kast komen. De smurfen ijlen wat langer na dan die Tibetanen. 

Opvoeden

maart 5, 2008 door zbrllwp

Als ouder heb je het niet gemakkelijk. Je wilt je kind normen en waarden meegeven, maar als je begint over zinloos geweld, dan krijg je een verveeld “dat hebben we al met maatschappijleer gehad” terug.
Wilt u uw kind de les lezen over onbeschoft gedrag, dan wordt u verwezen naar de laatste aflevering van de opvoedpolitie op de tv.
Heeft u voldoende moed verzameld om uw dochter eens aan te spreken over condoomgebruik dan heeft u een grote kans dat ze antwoordt dat ze daar op internet al van alles over heeft gelezen, of anders wel in de Tina (weekblad voor jonge meisjes).
De klimaatverandering dan maar? “Jezus, pa, dat onderwerp hebben de kranten al doodgeschreven, ga jij het nog een keertje over doen…”
Waarschuwen voor Loverboys? “Pa, daar hebben mijn vriendinnen en ik uitgebreid over gechat”
Geert Wilders? “Pap, je hoort op de radio niet anders”

Het is een onmogelijke taak om je kinderen op te voeden. Vriendjes, school, kranten, tijdschriften, radio, televisie, internet, van alle kanten wordt er met uw kind bemoeit en u komt er zelf niet meer aan te pas. Tot het mis gaat, natuurlijk, want dan bent u als ouder toch de opvoedende schuldige.

Ik heb uitgebreid onderzocht of u als ouder uw kind toch nog iets kunt meegeven waar het later nog wat aan heeft. Ik dacht het gevonden te hebben.
Maar nee hoor, zelfs dat staat al op youtube!:

Nationale complimentendag

maart 1, 2008 door zbrllwp

Vandaag is de ‘Nationale complimentendag’! De bedoeling is dat u vandaag eens een complimentje geeft aan iemand.
Een compliment voor de organisatoren. U bent er toch maar weer in geslaagd om een nieuwe nutteloze dag op de kalender te zetten. Fantastisch.
In het kader van de Nationale Complimentendag wil ik een pluim geven aan al die mensen en organisaties die in het geweer zijn gekomen tegen de film van Geert Wilders over de Koran. Nog voor er ook maar iets bekend is over de inhoud bent u al in het geweer gekomen. U heeft tegenfilms gemaakt tegen deze nog onbekende film. U heeft aangekondigd dat u gerechterlijke stappen gaat nemen tegen de nog onbekende inhoud. Het is duidelijk dat Geert Wilders met deze film waarvan wij nog niets weten veel te ver is gegaan. Wat een pro-activiteit heeft u allen aan de dag gelegd. Hulde.
In het bijzonder wil ik mijn waardering uitspreken voor onze Ministers Verhagen en Balkenende. U heeft nog eens extra gewaarschuwd voor de gevaren die deze film (bestaat de film eigenlijk wel?) teweeg brengt. Geen Moslim-land kan er nu nog omheen. U heeft gewaarschuwd voor de enorme economische gevolgen. Fijn dat Moslim-landen nu beseffen dat men ons zo raakt, dan hoeven ze niet meer na te denken hoe ze op de nog onbekende film zullen reageren. U heeft gewaarschuwd dat deze onbekende film misschien wel levens in gevaar kan brengen. Fantastisch hoe u hiermee potentiële martelaren aanzet tot een reactie op iets waarvan we nog niets weten. En het leuke is dat we daarna Geert Wilders de schuld kunnen geven. De rol van de ophef die u nu heeft gemaakt tegen deze nog niet bestaande film zullen we verder niet aan de orde stellen. Dat de aandacht van de wereld dankzij u nu vol op de nog niet uitgebrachte film is gevestigd had Geert Wilders in zijn stoutste dromen nog niet verwacht. Bravo!
En u mag zelfs later zeggen dat u er voor heeft gewaarschuwd. Heel goed gedaan, jongens. Het is totaal geen bewijs van incapabiliteit.

En dan in het kader van de complimentendag natuurlijk nog een complimentje voor u! U ziet er werkelijk fantastisch uit!